• Advertisement

Vaders en moeders Opa's & oma's voorlees-stukjes



Moderators: Harrie, Xander van Peer, Eduard, Johan

Vaders en moeders Opa's & oma's voorlees-stukjes

Berichtdoor Eduard » 24 feb 2011, 16:24

Dit verhaal is een uittreksel uit het boekje " Hoe Hoe de Duif "

Vanwege de belangstelling een deel herschreven als vertelstukje voor groep drie en vier op basis onderwijs.
Heb dat meermaals gebruikt met aardig succes.
Leverde zonder mankeren kinderen op die met duiven wilden starten.

Had er een lesprogram bij ontwikkeld met de medewerking van Ton Grisel leerkracht op een basis school.
Zijn geestdrift was werkelijk apart om te mogen ervaren.
Moet wel toegeven dat ik aan die school al eerder mijn bijdragen had geleverd op meerdere vlakken.

Simon Kuipers al eerder genoemd vanwege de test groep en uit hoofde van zijn beroep ook al deskundig om er enige sturing voor te doen.

Ook valt nog te vermelden dat de Heer Caluwé docent aan de Pabo hier in Arnhem ook de nodige aanwijzingen erbij heeft gedaan om het panklaar te kunnen aanbieden aan voornoemde scholen en de kinderen daarop.

Wil die mensen dan ook via deze weg nogmaals bedanken voor hun inzet en hun kunde aan mij besteed.

@ Zonder mijn uitdrukkelijke schriftelijke toestemming mag dit geheel of gedeeltelijk niet worden overgenomen
Eduard

Avatar gebruiker
Moderator
Moderator
 
Berichten: 1409
Geregistreerd: 27 jan 2010, 07:24
Woonplaats: Arnhem

Vaders en moeders Opa's & oma's voorlees-stukjes hoofdstuk 1

Berichtdoor Eduard » 24 feb 2011, 16:26

Hoofdstuk 1

Hoe Hoe de duif was nog klein, heel, heel piepklein.
Zo klein dat je hem nog niet kon zien.
Hij zat nog in het duivenei.
Dat had zijn moeder gemaakt.
Twee keer zelfs want duiven maken in elk nest twee eieren.

Samen met zijn zusje, in het andere ei, vonden zij het lekker warm en veilig.
Ze konden vader en moeder al met elkaar horen praten.
Zelf konden zij nog niets zeggen omdat het ei nog helemaal dicht was maar dat zou nu vlug gaan veranderen.

Elke dag werd het krapper in het ei.
Het was ook steeds moeilijker om genoeg lucht binnen te krijgen.
De luchtkamer binnen in het ei zorgde daar wel voor, maar hoe groter het jong in het ei, hoe moeilijker dat nu eenmaal ging.
-----
Toen Sara, zo heette de mama duif, samen ging wonen met Roe, dat was de papa duif, hebben zij een heel mooi nestje gemaakt.

Eerst de dikke takjes voor onderin om het goed stevig te maken.
Dan steeds dunner voor warmte en lekker zacht.

Op een heel goed verborgen plekje, zodat niemand het kon vinden.
Je moet altijd oppassen als je niet groot en sterk bent.
Voor een duif was Roe wel heel groot en sterk, maar met andere dieren vergeleken natuurlijk niet.

Sara was niet alleen een goede moeder, ze was ook een heel slimme moeder.
Toen ze een poosje samen waren en heel erg verliefd op elkaar werden, hadden ze op heel veel plekken gekeken voor de beste plaats voor hun nest.
Bij de ene plek was het te koud en bij een ander te warm.
Hier was het weer veel te klein en daar weer te groot.
Dan was het te droog en dan weer te nat volgens Sara.
Roe werd er bijna wanhopig van, waarom kon Sara toch maar niet beslissen.
Eindelijk na heel lang zoeken vond ze een goede plaats.

Dan begint nu eindelijk het grote werk voor Roe.
Tot nu hoefde hij alleen maar de andere duiven weg te jagen die nieuwsgierig kwamen gluren.
Ze zullen het plekje eens inpikken dacht Roe dan.
Dat mag niet.
Neen zeker niet.

Trots stapte hij rond.
Ondertussen alles goed in de gaten blijvend houden.
De fel oplichtende blauwe en groene kleur van zijn nek alle kanten uit laten pronken.

Zijn vurige ogen flonkerden als robijnen met een vlammetje er in.
Daarmee laat hij zien hoe moedig hij is.
Zijn vleugels ietsje van het lichaam af.
Daardoor laat hij zien hoe sterk en stoer hij is.

Elke andere mannetjes duif werd er bang van.
Maar de dames werden er erg verlegen van.
Zij waren best een beetje jaloers op zo'n grote sterke man.
Een echte doffer vonden alle buren.

Heel lang kon Sara naar die schitterende ogen blijven kijken.
Steeds opnieuw genietend van alle kleuren en tekeningetjes.

Eerst blijven Roe en Sara stilletjes op de door Sara zo goed gevonden plek liggen.
Heel verliefd stijf tegen elkaar aan.
Samen dromen ze er van hoe mooi het zal zijn hier.
Ze kunnen hier heel goed de jongen groot brengen.

Als ze beide voor de nestplaats zitten, kijken ze door het dal.
Genietend van het uitzicht zijn ze heel gelukkig met elkaar en heel erg smoorverliefd.
Eduard

Avatar gebruiker
Moderator
Moderator
 
Berichten: 1409
Geregistreerd: 27 jan 2010, 07:24
Woonplaats: Arnhem

Vaders en moeders Opa's & oma's voorlees-stukjes hoofdstuk 2

Berichtdoor Eduard » 24 feb 2011, 16:27

Hoofdstuk 2

Hoe Hoe zat al heel lang in het ei.
Zijn hele leven al ongeveer zestien dagen.
Hij vond het nu wel een beetje klein worden binnen in het ei.
Nog even en ik kan nergens meer lekker zitten, in het ei denkt Hoe Hoe.

Soms hoort hij zijn vader Roe tegen zijn moeder Sara zeggen dat het wel heel lang duurt voor de kleintjes er zijn.
Sara kijkt dan naar Roe en zegt dat Roe wat meer geduld moet hebben.
Jonge duivenkinderen moeten achttien dagen in een ei blijven om geboren te worden.
Roe weet dat wel maar hij wil zo graag zijn kleintjes zien.
Als je lang moet wachten ben je gauw ongeduldig.

Sara denkt aan de toekomst, hoe mooi het zal zijn straks met twee prachtige kinderen.

In gedachten gaan ze al hoog door de lucht met zijn vieren.
Ze hoopt dat alles goed blijft gaan.
Ze denkt nog met schrik aan de keer dat er een marter onder aan de steile wand snuffelde.
Trillend van angst zat ze op haar nest met de kleintjes nog in het ei .

Roe was heel moedig, met veel gefladder, een stuk voor de marter gaan staan.
Die marter dacht, ik zie een duif.
Die duif ga ik lekker pakken en opeten.
Er stiekem naar toe sluipend probeerde hij Roe te pakken.
Roe lette nu heel goed op en zag daardoor de marter heel goed aankomen.
Roe zorgde er wel voor telkens een eindje verder te gaan.
Met elk sprongetje ging die verder bij Sara weg en bij de kleintjes in de eieren.
Zo lokte hij die gemene marter weg bij Sara en de kleintjes in het ei.
Hij hield de marter zo bezig dat het gemene beest vergat waar het nest was.

Na een grote omweg gaat hij vliegend terug naar Sara die dapper de eieren warm houdt.
Heel erg ongerust wacht zij tot Roe weer thuis komt.
Ze is heel blij als ze hem aan hoort komen.
Haar hartje gaat nog heel erg bonzend en wild kloppend te keer.
Als hij even later bij haar op het nest komt en haar teder in de veren pikt is het spoedig weer vergeten welke angst er was.

Als hij dan ook nog voor Sara op de eieren gaat broeden zodat zij even een slokje water kan gaan drinken is alles weer in orde.
Eduard

Avatar gebruiker
Moderator
Moderator
 
Berichten: 1409
Geregistreerd: 27 jan 2010, 07:24
Woonplaats: Arnhem

Vaders en moeders Opa's & oma's voorlees-stukjes hoofdstuk 3

Berichtdoor Eduard » 24 feb 2011, 21:17

Hoofdstuk 3

Het was benauwd in het ei.
Door al dat draaien binnenin had de scherpe punt op de snavel van Hoe Hoe een bultje op het ei gemaakt had.
Dat scherpe puntje is er speciaal voor om uit het ei te komen.
Van af binnen uit gaat dat gelukkig niet zo moeilijk.

Voor een jonge vogel is het wel erg zwaar natuurlijk.
Jongen zijn nu eenmaal niet zo sterk als de ouden.
Als jonge vogels uit het ei zijn gekomen valt het scherpe puntje er vanzelf af.
Hoe Hoe merkte dat het gelijk minder benauwd wordt in het ei.
Door het gaatje kan er nu meer verse lucht binnen komen.

Poeh, dat is wel even beter zo.
Hij was eigenlijk wel trots dat hij dat zelf had gedaan zo helemaal alleen.
Hij piepte zelfvoldaan, zo, zo dat heb ik flink gedaan.

Roe die net zat te broeden hoorde zijn zoon onder zich.
Zenuwachtig maar ook trots en opgewonden zat hij te draaien op de eieren en dacht ja ik geloof dat ze er aankomen mijn jonkies.
Hij ging maar eens staan om onder zich te kijken.
Neen, hij zag nog niets bijzonders.
Hoorde ik dat wel goed die opgeluchte zucht?
Voelde ik dat nu wel goed dat er een bultje op een ei zit?

Roe had het niet meer, zo spannend vond hij het.
Nog even en ik word hier gek van.
Nerveus begint hij Sara te roepen. OeHoeoe Oeoe met lange uithalen.
Als hij luistert of hij Sara hoort aankomen merkt hij niets. Opnieuw gaat hij roepen Oe Oe Oe OeHoeoe.
Hij wordt nog meer zenuwachtig, de onrust wordt zo groot dat hij nog luider roept.

Ook gaat hij weer opstaan en kijkt nog eens naar de eieren.
Zou ik me dan toch vergist hebben denkt hij?
Hij ziet niets aan het ei.
Zou ik het mij verbeeld hebben?
Zou het komen door mijn ongeduld dat ik denk dat ik wat hoor?

Roe draait wat aan de eieren om ze goed onder zich te stoppen.
Dan opeens ja nu weet hij het zeker.
Hij ziet een piepklein bultje op een ei.

Nu heeft Roe het helemaal niet meer.
Oh Oh, waarom is Sara er nu niet?
Stel dat er iets niet goed gaat met zijn jonkie.
Denk je eens in zal de kleine wel alleen uit het ei kunnen komen?
Zal die zich niet zeer kunnen doen aan een scherpe eirand?

Roe wordt helemaal radeloos en roept nog harder voor Sara.
Oehhoeee, oehoooeee, steeds luider en harder.
Er vlug aflopen, om buiten te kijken of hij Sara ziet, durft hij ook al niet.

Dan plotsklaps hoort hij wat geluid buiten.
Eerst er is weer grote schrik.
Die gemene marter zal er toch niet in de buurt zijn.
Doodstil, bevend en erg ongerust luistert hij goed.

Als dat die marter is zal ik hem zo hard slaan dat hij van de rotsen naar beneden valt denkt Roe.
Dan wil ik dat het zo'n pijn doet dat hij nooit meer bij ons nest durft te klimmen.

Nog eens goed luisteren en dan, heel opgelucht, volgens mij is het Sara denkt Roe.
Ik weet het wel zeker dat is ze.
Opnieuw roept Roe naar Sara OeOeOe.
Sara hoort Roe en merkt aan zijn roep, dat er wat is.
Ze denkt stilletjes bij zichzelf wat is Roe toch zenuwachtig de laatste dagen.
Een echt ongeduldje, die man van mij.
Ik zal maar eens even gaan zien wat er nu weer aan de hand is.

Bij het nest aangekomen begint
Roe gelijk van waar was je nou toch?
Heb ik je nodig en dan ben je er niet.
Je laat mij maar de hele dag zowat alleen.
De jongen komen er aan en ik ben er maar alleen bij.
Rustig, rustig, zegt Sara jonge duiven komen pas uit het ei als het de tijd ervoor is.
Ik zie nog nergens een lege eierdop dus volgens mij is het nog lang niet zo ver.

Nu nog mooier briest Roe.
Ik weet zeker dat mijn kleintje er aankomt.
Er zat al een bult op een ei.
Dat heb ik zelf gezien.
Ik heb ook een kleintje horen zuchten.
Maar dat weet jij niet want je was er niet bij en ik zit hier maar alleen en, en.

Roe begint te stotteren zo zenuwachtig als die is.
Ik wil gewoon dat je er bij bent als onze kleintjes uit het ei komen kruipen komt er eindelijk uit.

Nu ziet en merkt Sara dat Roe echt heel zenuwachtig is en gaat ze naar hem toe.
Ze kroelt hem met haar snavel zachtjes door de veertjes. Vlakbij het oor, dat vindt hij altijd het fijnste.

Kalm toch grote sterke doffer van me.
Ik ben er nu toch laten we dan samen eens kijken of je het goed gezien hebt.
Natuurlijk heb ik het goed gezien zegt Roe.

Maar door Sara wordt hij nu toch een stuk kalmer.
Voorzichtig gaat hij staan zodat Sara onder hem naar de eieren kan gluren.
Ze moet wel twee keer kijken om het piepkleine bultje te zien.

Lachend zegt ze tegen Roe.
Nou die grote bult van jou is nog piepklein.
Daar komt nog geen kleintje door naar buiten.
Dat duurt zeker nog een nachtje slapen misschien wel twee.

Verbijsterd kijkt Roe naar Sara, zou ze hem bedotten?
Nou nee, ze kijkt nu toch ernstig.
Dan zucht hij maar eens heel diep.
Hij zwijgt nu maar verder want hij weet dat als hij doorgaat Sara ook boos kan worden en dat vind hij echt niet leuk.

Ik ga nog even vlug wat eten in het dal zegt Sara tegen Roe daarna wat drinken en dan kom ik lekker bij je zitten.
Ja, zegt Roe als je dan maar niet blijft kletsen met de anderen bij het water.
Eduard

Avatar gebruiker
Moderator
Moderator
 
Berichten: 1409
Geregistreerd: 27 jan 2010, 07:24
Woonplaats: Arnhem

Vaders en moeders Opa's & oma's voorlees-stukjes hoofdstuk 4

Berichtdoor Eduard » 24 feb 2011, 21:33

Hoofdstuk 4

Als duiven bij elkaar komen voor eten en drinken wordt er altijd druk gekletst.
Iedereen gaat na eten en drinken wat veren poetsen.
Ondertussen worden de nieuwtjes aan elkaar doorgeven.

Op die manier weet je ten minste hoe het bij de anderen is.
Dan hoor je of de gemene marter nog in de buurt was.
Of erger dat de valk weer in de vallei jaagde.

Veiligheid was nu voor haar het voornaamste.
Zeker nu ze wist dat de kleintjes er aankwamen.
Ze moest er niet aan denken dat ze niet meer thuis zou komen.
Gauw vermande Sara zich
Ze moest niet aan zulke dingen denken.

Misschien lette je dan wel minder goed op, dat wilde ze zeker niet.
Gelukkig zag ze op de plek waar ze naar toe vloog dat er al een paar vrienden en vriendinnen waren.

Na nog eens goed rond gekeken te hebben landde ze vlug bij de anderen.
Snel begon ze met lekkere zaadjes te eten.
Voortdurend blijvend opletten voor gevaar vertelde ze tussen het eten aan de anderen dat ze heel gauw moeder zou zijn.
Ik denk morgen zei ze.

Anders zeker overmorgen zijn mijn kleintjes uit de eieren gekropen.
O wat leuk zei Truus, een gezellige altijd vrolijke duif.
Weet je al namen voor de kleintjes.
Nee, zegt Sara ik weet toch nog niet of het jongens of meisjes zijn.
Ik vind trouwens dat je dat samen met je man moet doen.

Snel eet Sara nu haar krop vol.
Dat is bij duiven de plek onder de keel waar vlug alle eten in kan.
Daardoor kunnen ze snel weg bij de plek voor gevaar.

Een beetje extra voor als de kleintjes er morgen zouden zijn.
Dan is er misschien geen, of minder tijd voor eten halen.
Dan zegt ze de anderen gedag en gaat snel naar de beek om te drinken.
Als Sara bij de beek komt gaat ze vlug drinken.
Niet te vlug en niet te veel want dan kon je pijn krijgen.
Telkens met een kleine pauze tot er voldoende was gedronken.

Het laatste stukje naar huis hoorde ze Roe al weer roepen.
Rustig maar meneertje ongeduld zegt ze zachtjes ik ben er al.
Ze loopt door tot het nest en gaat stijf tegen Roe aangedrukt zitten.
Ik vond je toch nog weer lang weg blijven zegt Roe.

Ja pa, zegt Sara en probeert ondertussen onder Roe te kijken of er al wat te zien is.
Nu het bijna zover is wordt ze toch ook onrustig en nieuwsgierig.

Stil zitten ze naast elkaar als er een zacht geluid onder pa hoorbaar wordt een gedempt stemmetje roept zachtjes mama, papa, dat is het eerste kleintje wat zich laat horen.

Tegelijk beginnen Roe en Sara te praten tegen het jong.
Wij zijn hier hoor.
We horen je.
Zeg nog eens wat.
Geschrokken door zoveel lawaai. houdt het jong zich dood stil in het ei.
Sara heeft dat als eerste in de gaten en zegt tegen Roe dat hij stil moet zijn omdat het kleintje bang wordt van al die stemmen door elkaar.

Roe kijkt zeer verongelijkt. Maar, maar, het is toch ook mijn kleintje zegt hij alweer stotterend.
Natuurlijk zegt Sara maar kleintjes kunnen niet tegen zo veel kabaal.
En dan jij met je zware stem maakt het extra eng voor ze.

Heel zachtjes is Sara begonnen met het kleintje aanwijzingen te geven om morgen als het andere kleintje ook zover is samen uit het ei te komen.
Liefkozende geluidjes makend en zachte lieve woordjes fluisterend maakt ze het kleintje weer rustig.

Alsof het andere kleintje er opgewacht heeft maakt ook die een piepklein bultje op het ei waardoor ook de ander kan zeggen, ik kom er aan.
De dag loopt nu snel naar haar einde.
De zon is al met veel kleurenpracht achter de bergen verdwenen en zal gauw helemaal verdwijnen.

Met het laatste licht van de dag, zet de zon de hemel in allerlei vurige kleuren.
Eerst heel fel oranje en rood, bij de witte wolkjes verschijnen gouden randen die schitteren.
Langs de wolk randen verschijnen prachtige stralenkransen van licht.

Dan hoe verder de zon achter de horizon verdwijnt, hoe meer de kleuren donker worden.
Paarse en violet kleuren nemen het dan over van de lichte tinten, zij voeren dan de boventoon.

Alle dieren in de hele natuur kijken dan met ontzag naar dat spel van licht en schaduw.
Eduard

Avatar gebruiker
Moderator
Moderator
 
Berichten: 1409
Geregistreerd: 27 jan 2010, 07:24
Woonplaats: Arnhem

Vaders en moeders Opa's & oma's voorlees-stukjes hoofdstuk 5

Berichtdoor Eduard » 24 feb 2011, 23:07

Hoofdstuk 5

Roe en Sara blijven deze nacht samen op het nest om allebei op de kleintjes te wachten die nu gauw geboren gaan worden.
Het is al donker en tijd om te slapen.
Sara praat tegen Roe over de namen van de jongen.
Wel zegt Sara tegen Roe laatst zei je mij dat je wel een goede naam voor de kleintjes wist.

Ik heb toen gezegd dat het ongeluk kan brengen als je de naam al zo vroeg gaat gebruiken voor een niet geboren jong.
Nu ze er echter aan komen wordt het de tijd om de namen te bekennen.Ik wil je wel een naam zeggen zegt Roe maar ook jij moet toch wel een naam in gedachten hebben voor onze kleintjes.
Ja, hoor zegt Sara laten we ze allebei noemen en dan nemen we de twee mooiste voor onze prachtigste jongen van de hele wereld.
Liefdevol kijkt ze vol verwachting voor de eerste naam naar Roe.

Ik heb een tante die altijd heel erg lief voor mij was zegt Roe.
Eens was ik met het baden te ver in het water gegaan zodat ik er zelf niet meer uit kon komen.
Zij heeft mij toen gered door mij er uit te trekken aan de vleugel.
Dat was tante Noe en daarom zou ik een dochter naar haar willen noemen.
Ik hoop dan dat zij net zo dapper en zo kordaat kan optreden als ze later groot is.

Ik had vroeger een opa die altijd met mij optrok zei Sara.
Hij werd Hoe Hoe genoemd omdat hij altijd als eerste het gevaar aan zag komen.
Door dat gedrag heeft hij heel veel leden van de familie weten te behoeden voor allerlei gevaar of nog erger.
Iedereen waardeerde hem voor zijn buitengewoon opletten.
Onze zoon zou ik graag ook zo noemen zodat hij een gewaardeerd lid van de hele familie kan worden als hij later groot is.

Tevreden besluiten ze te gaan slapen na deze drukke dag en wensen elkaar een goede nachtrust toe.
Beschermend voor elkaar en samen over de kleintjes beleven Roe en Sara een onrustige nacht.
Elke keer worden ze wakker, maar nee hoor de kleintjes slapen onder de warme deken van veren die over hen heen ligt.

Bij het eerste ochtend licht rekt
Roe zich uit, kijkt onder zich en ziet nog steeds twee witte eieren liggen.

Zachtjes probeert hij weg te glippen om even naar buiten te gaan.
Even de vleugels strekken kan geen kwaad denkt Roe.
Sara heeft hem echter wel in de gaten en zegt, Roe kennende, niet te lang wegblijven hoor de kleintjes komen misschien vandaag uit het ei.

Dat weet ik wel bromt Roe.
Nu is de kans mooi voorbij om even bij de buren te gaan melden dat hij vandaag twee kleintjes zou krijgen.
Vlug gaat hij naar buiten met klappende vleugels maakt hij zijn blijdschap toch kenbaar.

Ik word vandaag vader roept hij onder het vliegen.
Van blijdschap maakt hij allerlei buitelingen door de lucht.
Dan gaat hij weer met langzame vleugel slagen vliegen of zonder vleugel slagen door de lucht zeilen.
Dan kan die namelijk af en toe een luide knal met de vleugels tegen elkaar maken.
Soms onder de buik en dan weer boven zijn rug.
Ook gaat hij met de buitenste veren van zijn vleugels een zoemend geluid maken.

Dit is eigenlijk voor als je pas verkering hebt maar Roe is zo blij dat hij nu van alles doet om te laten zien hoe gelukkig hij is.
Zelfs plotseling achterover kukelen in de lucht kan hij.
Dat heeft hij al niet meer gedaan sinds dat hij een jaar oud was.
Plotseling denkt hij, oei oei ik ben te lang weg ik wil nog vlug wat eten en drinken want dan hoef ik vandaag niet meer weg.

Als een speer gaat hij naar de plek waar hij weet dat er nog veel lekkere zaden liggen.
Daarmee heeft hij vlug zijn krop gevuld zodat er daarna nog tijd is voor een ferme teug water.

Als hij terug vliegt is hij nog steeds vol van vreugde. Vandaag, ja vandaag gaat het gebeuren.
Met veel kabaal landt hij bij de nestplek en gaat dan zachtjes naar Sara toe.
En zegt hij vragend zijn ze er al?
Wie zegt Sara?
Ja, nu wordt het helemaal mooi de kleintjes natuurlijk valt Roe uit.

Dan ziet hij de pret schitteren in de ogen van Sara, en weet hij dat hij beduveld wordt.
Je hebt wel je tijd genomen vindt Sara, ik dacht dat je vlug terug zou zijn.
Nou, ik ben ook vlug geweest zegt Roe.
Ik heb heel vlug gegeten en gedronken.
Toen ben ik direct terug gekomen.
Sara kijkt eens naar Roe en zegt dan maar niets.
Ze begrijpt dat Roe ook blij is nu de kleintjes er aan komen.
Ze vindt dat ze het laatste nieuws maar eens moet vertellen.

Terwijl jij weg was zijn de kleintjes druk bezig geweest om uit het ei te komen.
Elke keer een stukje bast kapot timmeren valt niet mee.
Ze moeten dan ook nog veel rusten als ze weer een stukje hebben gedaan.

Roe vindt dat hij nu ook weer eens op het nest moet zitten en zachtjes probeert hij Sara opzij te duwen.
Deze laat zich echter niet opzij zetten.
Zij vindt dat ze er ook voor de kleintjes moet zijn.

Even laat Roe dat over zijn kant gaan, maar dan begint hij met argumenten te komen om toch op de eieren te gaan zitten.
Maar Sara, je weet toch dat doffers overdag op de eieren passen en duivinnen ‘s nachts.

Voorzichtig schuift hij over de eieren waar door Sara er prompt naast komt te zitten.
Uiteindelijk zit hij er helemaal alleen op.

Als hij zo rustig zit voelt hij plots wat bewegen onder zich.
Gauw gaat hij voorzichtig iets omhoog staan om te gluren.
Eerst ziet hij niets maar dan, ja hoor op het ene ei is al een mooi stukje bast omhoog getimmerd.
Het andere ei is nog lang niet zo ver.

Zouden ze al komen denkt Roe.
Hij durft Sara nu niet meer lastig te vallen nu hij al weer zoveel verkeerd heeft gedaan.
Laat ik maar geduld hebben, zoals Sara tegen mij heeft gezegd dat ik moest hebben .

Hij hoort heel in de verte een zacht stemmetje en even later nog een, nog zwakker.
Eerst weet hij niet zo goed wat dat is.
Maar dan weet hij het dat zijn natuurlijk de kleintjes.

Zachtjes fluisterend praat hij naar de kleintjes.
Hallo, Ik ben jullie papa, horen jullie mij?
Ja hoor, klinkt het zachtjes door de bast gaatjes van het ei heen.
Komen jullie er al aan?
Wij zijn nog veel te moe klinkt het in koor.
Wij zijn al heel lang bezig en het is hier erg benauwd en je kunt je bijna niet bewegen.
Het is hier eivol besluit de oudste te zeggen.

Sara die op afstand in de gaten kreeg dat er iets gebeurde komt terug bij het nest en vraagt, is er iets Roe?
Ja, zegt Roe de kleintjes zijn moe ze kunnen niet meer timmeren en het is daar erg benauwd in het ei en oh ja het is er ook eivol.

O zegt Sara dan is alles goed dus.
Verwonderd kijkt Roe naar Sara.
Moeten we ze niet helpen?
Ze zijn al heel lang bezig?

Wat als de kleintjes er niet uitkomen?
Ze kunnen toch niet altijd in het ei blijven.
Ik denk echt dat we moeten helpen hoor Sara.

Nee Roe, je mag niet helpen, kleintjes moeten zelf uit het ei komen.
Helpen is niet goed, ze kunnen dan te vroeg geboren worden.
Dan is de navel nog niet dicht en dan kunnen ze heel ziek worden.
De navel zit vast aan de eidooier.
Daar zit het eten voor het kleintje op de eerste dag na de geboorte.
Eduard

Avatar gebruiker
Moderator
Moderator
 
Berichten: 1409
Geregistreerd: 27 jan 2010, 07:24
Woonplaats: Arnhem

Vaders en moeders Opa's & oma's voorlees-stukjes hoofdstuk 6

Berichtdoor Eduard » 24 feb 2011, 23:09

Hoofdstuk 6

Op deze morgen hoort Roe Theo, een vriend, al naar hem roepen.
Roe gaat naar buiten en om gelijk te zeggen dat bezoek nog niet gewenst is.
Dan bedenkt hij dat Theo toch altijd wel een aardige duif is geweest voor hem, daarom zegt hij dat hij druk is met de kleintjes.

Ik heb geen tijd voor je Theo.
De kleintjes zijn al een hele tijd bezig om uit het ei te komen.
Sara en ik moeten ze erg aanmoedigen zodat ze doorgaan en het niet opgeven.
O, ik hoop toch zo dat ze er vandaag uitkomen zucht Roe.
Maar ja, Sara heeft gezegd dat het pas na achttien dagen gebeurt dus dan moeten we nog een dag langer wachten op de kleintjes.

Na Theo gedag te hebben gezegd gaat Roe weer naar Sara die stilletjes meegeluisterd heeft naar de mannenpraat.
Sara zegt tegen Roe dat hij het goed heeft.
De kleintjes worden nog heel erg vlug moe van alle timmerwerk.
Nu slapen ze weer zodat er niet veel meer te doen is als de eieren warm houden en af en toe goed leggen zodat de kleintjes niet op de kop liggen.

Ik ga even een hapje eten zegt Sara tegen Roe, ik ben zo terug.
Roe gaat breed op de eieren zitten broeden en roept tegen Sara dat ze voorzichtig moet zijn en ook goed moet opletten voor gevaar.
Sara weet dat Roe dat alleen roept omdat hij bezorgd is voor haar en de kleintjes.
Daarom mompelt ze wat terug en gaat met een vaartje naar het fijnste eetplekje.

Dag Sara klinkt het van allen, zijn de kleintjes er al?
Iedereen weet inmiddels al dat Sara en Roe elk moment de kleintjes verwachten.
Nee, zegt Sara maar we hebben nu wel de namen van onze kleintjes
De jongen noemen wij Hoe Hoe.
Het meisje heet Noe.

Oh wat zijn dat mooie namen, zeggen de anderen.
Hierna wordt er druk verder gekletst en vlug gegeten.
Ondertussen goed wordt er opgelet voor de valk of de vos.
De duiven die jonkies hebben zijn in de ochtend altijd het eerst aan het eten.

Zij moeten dan ook voor drie eten.
Eerst voor hen zelf, dan voor de kleintjes.
De duivin voert 's avonds en als er over is 's morgens een laatste beetje wat nog in de krop zit.
De krop is zoals je weet de plek waar duiven het voer bewaren en waar de duivenpap voor de kleintjes gemaakt wordt.
Die duivenpap is echt erg bijzonder.
Andere vogels hebben dat niet, zodat het echt heel bijzonder is.

Duivenpap wordt door de moeder en de vader gemaakt.
Dat gebeurt in de krop.
Heel voedzame voeding is dat met veel groeistoffen en warmhoud stoffen er in.
Voeding om te kunnen groeien.
De warmhoudstoffen om het niet koud te krijgen.
Voor die tijd moeten papa of mama ervoor zorgen dat de kleintjes lekker warm blijven.
Eduard

Avatar gebruiker
Moderator
Moderator
 
Berichten: 1409
Geregistreerd: 27 jan 2010, 07:24
Woonplaats: Arnhem

Vaders en moeders Opa's & oma's voorlees-stukjes hoofdstuk 7

Berichtdoor Eduard » 24 feb 2011, 23:22

Hoofdstuk 7

Roe bemerkt dat de kleintjes weer druk aan het timmeren zijn om uit hun nu wel erg benauwde huis te geraken.
Door alsmaar heel kleine bultjes op de eiwand te drukken ontstaat er een ring van bultjes op het ei.

Roe begint de jongen weer aan te moedigen om toch vooral door te gaan.
Zowel Hoe Hoe als Noe werken alsof ze dat altijd al deden.
Pok Pok klinkt het onder Roe.
Na een tijdje wordt er weer gerust want de kleintjes zijn toch nog erg gauw moe.

Onmiddellijk wordt Roe dan ongerust en vraagt aan de kleintjes of alles wel goed is.
Ja, Pa klinkt het inmiddels in koor maar we zijn zo moe we willen even rusten hoor.

Ja ja bromt pa zachtjes ik ben alleen wat ongerust.
Als je telkens opstaat krijg ik het wel koud hoor zegt Hoe Hoe.
Nou anders ik wel zegt Noe.
Oh wat spijt mij dat zegt Roe.
Het was echt niet de bedoeling dat zoiets kon gebeuren.
Onmiddellijk laat Roe zich weer zakken.
Hij gaat nog maar eens breed over de eieren zitten om ze toch vooral niet te laten afkoelen.

Dan hoort hij Hoe Hoe weer onder zich.
Snel staat hij ietsje omhoog.
Nu hoort hij de Hoe Hoe duidelijk praten.

Papa is het donker buiten het ei.
Nee, hoor zegt Roe.
Oh zegt Hoe Hoe.
Hier binnen is het wel donker hoor.
Bij mij is het ook donker klinkt nu ook de stem van Noe.

Papa vraagt Noe hoe weten we dat we er uit het ei kunnen komen?
Oh dat maakt niet uit.
Altijd is papa of mama er voor jullie om je te helpen.
Nooit zijn jullie alleen.

Als je niet moe bent ga je gewoon door tot je er uit kan klimmen.
Wij zullen dan voorzichtig jullie huisje tot nu toe, de ei bast weg halen.
Dan kan je jezelf daar niet aan bezeren.

De beide jongen gaan weer een dutje doen.
Met alles wat ze aanhoren, worden ze ook erg moe van.

Als Sara terug komt ziet ze al aan Roe dat er nog geen jonkies zijn en gaat maar eens lekker van de ochtend zon zitten genieten.

Er wordt weer hard gewerkt binnen in de eieren.
Sara die dat hoort gaat snel naar het nest en gaat dicht bij Roe zitten om niets te hoeven missen als de kleintjes uit het ei komen.

Beiden horen de jongen zwoegen en ploeteren om naar buiten te komen.
Timmeren en dan weer een stukje draaien in het ei is echt wel moeilijk.

Er is nu eenmaal niet veel ruimte van binnen.
Zachtjes blijven Pa en Ma de jongen toe aanmoedigen.

De beide jongen kletsen ook met elkaar.
Hoe zou het zijn zonder ei bast vraagt Noe aan Hoe Hoe?
Zou het dan koud zijn?
Ik weet het niet zegt Hoe Hoe.

Ik denk dat ik het wel eng vind zonder mijn eidop zegt Noe.
Nou ik niet hoor zegt Hoe Hoe.
Ik zal blij zijn als ik er uit ben.
Voor mij is die nu echt wel veel te klein hoor.

Dan is er weer een poot die klemt.
Ik heb ook al mijn vleugel klem gehad.
Nee, ik moet er echt uit de grote wereld in.
Ik zal nog maar eens flink hard gaan timmeren.

Pok pok pok klinkt het daarna van Hoe Hoe.
Noe blijft niet achter.
Ondanks dat ze wel wat bang is voor buiten gaat ook zij nu door met timmeren.

Nu klinkt er van twee jongen het timmeren.
Pok Pok pokerdepok Pok Pok pokkerdepok.
De ene keer wat harder dan weer wat zachter.
Soms alleen, dan weer tegelijk.

Er is nu ook overleg tussen de jongen.
Hoever ben jij al vraagt Noe aan haar broer?
De ene kant heb ik al af zover als mijn hals kon draaien.
Hij deed er zelfs zeer van zo ver als ik hem draaide.

O, Hoe Hoe je moet wel op mij wachten hoor want ik ben nog niet zo ver.
Ik kan nog wel een stuk verder naar de ene kant.
Dan moet je wel opschieten hoor Noe.
Ik weet niet of ik nog zo lang kan volhouden hier binnen.

Dan is het weer even stil voor een pauze.
Die hebben ze nodig om weer uit te rusten van alle werk dat ze doen.

Beide ouders letten goed op of alles wel goed gaat.
Als ze horen hoe beiden diep beginnen te ademhalen weten zij dat het eindelijk gaat gebeuren.
Pok pok pok pok pokkerdepok klinkt het nu bijna zonder ophouden.
Dan weer een diepe zucht.
Daarna weer pok pok pok pok. Weer een heel diepe zucht.

Eindelijk als een bevrijdend geluid een krak en nog eens krak.
Roe gaat verschrikt weer omhoog en kijkt gespannen onder zich.

Als het jong zijn kopje een keer heeft laten rondgaan zover als het ging en daarna langs de andere kant is de ring kompleet.

Door heel diep te zuchten worden zijn longen met veel lucht gevuld en daardoor word het jong nog groter.

Als je het zelf doet merk je dat ook wel.
Heel diep lucht naar binnen halen.
Dan zet je borst uit en wordt je nog groter dan je nu al bent.

En dan, ja dan barst het ei in tweeën.
De los gedrukt kleine helft valt van het grote onderste stuk.

Sara gluurt van opzij ook onder Roe.
Wat zij zien maakt hen beiden enorm blij.
Een ei heeft een los getimmerd dakje.
Met een diepe zucht van het jong valt het van de andere helft af.

Hoe Hoe is geboren en met vreugde tranen geven beide ouders hun gevoelens lucht.
Oh, oh wat ben ik blij zegt Roe met deze kleine schat van ons.

Dan alsof hij het nu pas beseft, het andere jong is er nog niet uit stamelt hij tegen Sara.

Kalm toch kerel van me maak je niet ongerust alles gaat goed.
Terwijl ze dit zegt komt ook bij het andere ei het dakje er af.
Hierdoor is ook Noe op de wereld gekomen.

Diep ontroerd over zoveel wonderen die elkaar opvolgen zitten ze stil bij elkaar nu met hun vieren.

Ma komt als eerste bij zinnen en besluit om heel voorzichtig de afgeduwde bast weg te pakken.

Omdat er scherpe randen aan zitten zouden de kleintjes zich kunnen bezeren.
Dat willen goede ouders natuurlijk niet.

Als ze het bij de kleintjes weg heeft gepakt, eet ze er eerst een stukje van op.
In de bast zit veel kalk.
Een extraatje daarvan kan ze nu wel gebruiken.

Dan pakt ze de rest er van in haar snavel en brengt dat ver uit de buurt.
Dit doet ze om te zorgen dat rovers niet weten dat er kleintjes in de buurt zijn.

Als ze terug komt voor het tweede dakje is inmiddels een ei ontruimd.
Met een paar flinke trappen heeft Hoe Hoe het grote dopje weggeduwd.

Terwijl Noe weer een pauze inlast begint Hoe Hoe door de warmte van zijn Pa al mooi op te drogen.
Na een tijdje komen al zijn donsjes overeind en ziet hij er prachtig donzig uit.

Sara die ziet dat alles goed verloopt pakt de volgende bast en gaat ook deze weer ver weg brengen.

Onderweg zien vrienden en bekenden wat er gebeurt.
Zij roepen allen naar Sara, gefeliciteerd met de kinderen van jullie.
Is alles goed?
Zijn ze er al alle twee?

Op alle vragen geeft Sara beleefd antwoordt maar blijft in zeven haasten doorgaan.
Zonder dralen wil ze nu graag bij de kleintjes zijn en bij Roe.
Nee, nu wil ze niet opgehouden worden.

Bij de volgende thuiskomst zijn door Roe inmiddels de laatste bast resten naast het nest klaar gelegd om te worden weggebracht.

Als Sara vraagt of hij die weg wil brengen laat Roe zich dat geen twee keer zeggen.

Onmiddellijk maakt hij voorzichtig plaats voor Sara op de kleintjes en neemt de bast resten in zijn snavel.

Met een stille vlucht verlaat hij het nest om ook zijn aandeel te leveren in het wegbrengen van de bast resten.
Buiten gekomen gaat hij buitelend door de lucht van vreugde en opgekropte emoties.
Ik ben Vader galmt het in zijn hoofd, ik ben vader zingt het in zijn hartje.
Ik ben nu een echte vader weerklinkt het in zijn hele lijf.

Elk ander dier wordt begroet en met luide stem op de hoogte gebracht.


IK BEN VADER,, IK BEN VADER,, GEWORDEN VANDAAG

Dolle vreugde giert door het duivenlijf en nog meer vliegkunsten worden vertoond aan alle vallei bewoners.
Verwondert over zoveel energie en de grote kracht waarmee dit alles gebracht wordt kijken zij met verbazing en gedeelde vreugde naar Roe die vader is geworden.
Nog nooit eerder ervaart Roe deze intense gevoelens.
Het was of elke vezel in zijn lijfje het uit wilde schreeuwen en aan iedereen die het maar wilde horen zeggen


IK BEN VADER

IK BEN VADER

JA IK BEN NU ECHT VADER

GEWORDEN ! ! ! ! ! ! !.



Dan door alle toeren en geuite emoties raakt hij uitgeraasd.
Na weer bij zinnen gekomen te zijn en zijn kalmte herwonnen, gaat hij met snel terug naar Sara en de kleintjes.

In stil geluk vindt hij Sara nu ook als een echte moeder op de jongen terug.
Haar ogen fonkelen van vreugde in het besef dat ze nu echt een paar zijn met een trots bezit.

Twee prachtige kleintjes nu weliswaar zwak en hulp behoevend.
Maar dat zal weldra anders gaan worden als zij voorspoedig op zullen gaan groeien.
Met alle liefde van twee dolgelukkige ouders.
Die gaan proberen de beste ouders van deze wereld te worden.
Eduard

Avatar gebruiker
Moderator
Moderator
 
Berichten: 1409
Geregistreerd: 27 jan 2010, 07:24
Woonplaats: Arnhem


Keer terug naar Info over de duivensport



Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron